Een kerncentrale gebruikt de warmte die vrijkomt bij de splijting van splijtstof, zoals uranium, om elektriciteit op te wekken. Dit gaat als volgt: Binnen de centrale bevinden zich staven van uraniumoxide in een vat met water (1 en 2). Wanneer de uraniumkernen in deze staven splijten, komt er warmte vrij, waardoor het water heet wordt. Dit hete water stroomt naar een stoomgenerator (3), waar het zijn warmte afgeeft aan een tweede watercircuit dat stoom produceert. De stoom drijft een turbine aan (4), die een generator (5) aandrijft om elektriciteit te produceren. Na de turbine condenseert de stoom in een condensor (6) weer tot water, doordat hij warmte afgeeft aan koelwater uit het koelwatersysteem (7). Bij kerncentrales zijn er drie aparte, gesloten, circuits, zodat het water uit de reactor niet in de turbine of koelvoorzieningen komt. Daarmee blijft het primaire (reactor)circuit gescheiden en wordt verspreiding van radioactieve stoffen voorkomen. Alles bij elkaar leidt dit proces tot een veilige, stabiele en efficiënte productie van elektriciteit.
Ter illustratie staat hieronder een voorbeeld van dit proces.